Ford Mustang, de gouden eeuw van pony wagens

Om auto's te verkopen, moet je de klant de indruk geven dat hij waar voor zijn geld krijgt. Dit is wat Ford deed met de Mustang, een sportief uitziend model gericht op kinderen van de babyboom.

Lee Iacocca, Ford's directeur, is een man van overtuiging. Sterk beïnvloed door de trends op de Europese markt, wilde hij een model voor de massamarkt creëren om een jonge clientèle aan te spreken die op nieuwigheden zat te wachten. Om financiële redenen (lees: om zo zuinig mogelijk te blijven) trachtte hij mechanische elementen van bestaande modellen te gebruiken om een full-size coupé te creëren, althans volgens Amerikaanse waarden. De wagen wordt verkocht tegen een betaalbare prijs en kan volledig worden gepersonaliseerd door zijn eigenaar, die hem een sportieve of luxueuze uitstraling kan geven, afhankelijk van de gekozen opties. Dit concept, de "Pony Car" genoemd, was revolutionair in het begin van de jaren 1960 en werd uiteindelijk gepresenteerd op 17 april 1964 op de New York World's Fair. De Ford Mustang heeft een embleem dat een galopperende mustang symboliseert in plaats van het logo van het merk, wat eveneens ongekend was voor die tijd. De auto is uitgerust met een 2,8-liter zescilinder-in-lijn motor en is verkrijgbaar als hardtop of cabriolet, terwijl de fastback carrosserie in 1965 in de catalogus verschijnt.

Direct succes

Met zijn aantrekkelijke uiterlijk en zijn vele chromen kenmerken maakte de Mustang hartstochten los en verkocht hij direct goed, zo goed zelfs dat hij op zijn eerste verkoopdag 22.000 exemplaren verkocht! Hij oogstte ook veel succes op de exportmarkten en drong Europa binnen, vaak met een 6-cilinder lijnmotor die meer geschikt was voor het Oude Continent. Naarmate de jaren verstreken, ging hij steeds meer verschillen van de Ford Falcon waarvan hij was afgeleid. Het vermogen nam toe om het niveau van de concurrentie te evenaren, die reageerde met steeds krachtigere modellen. De voormalige coureur uit Texas en tuner Carroll Shelby nam zelfs de Mustang onder handen om er een muscle car van te maken: vering, remmen en carburators werden herzien om de 350 GT tot 360 pk te laten oplopen. Bij elke vernieuwing won de Mustang aan comfort, maar ook aan gewicht. De doorbraak kwam echter in 1971 toen hij bijna pachydermisch werd en bijna zo al zijn sexappeal verloor. In 1973 moest de Mustang de handdoek in de ring gooien door de eerste oliecrisis. De lijn werd echter voortgezet met de Mustang II, maar de Swinging Sixties waren al lang achter de rug en de magie waarmee de wagen op de markt kwam in haar beginjaren ontbrak...

Overvloed aan keuze

Geen twee Mustangs zijn hetzelfde. De opties waren zo talrijk dat elke auto bijna uniek is. Hoewel de Amerikaanse auto massaal aanwezig is op de oldtimermarkt, is het toch heel gemakkelijk om de weg kwijt te raken, omdat er zoveel motoren, afwerkingen en carrosserieën zijn. Een 6-cylinder coupé in goede staat start rond de €15.000 terwijl een Shelby GT350 met gemak de €100.000 zal overschrijden. Het wordt ten zeerste aangeraden om een model in goede staat te kopen, want alle onderdelen zijn niet altijd gemakkelijk te verkrijgen en moeten via de VS worden besteld, wat erg duur kan zijn. Let wel op het brandstofverbruik van de V8, dat in de casual mode bijna 20 l/100 km bedraagt!

 

Over de auteur:

 

Lees verder