Ferrari F40, Enzo's laatste wil.

De Ferrari F40, het technologische uitstalraam van de fabrikant, vierde zijn 40e verjaardag met zwier. Deze supercar markeerde ook het begin van een nieuw tijdperk voor de firma van het steigerende paard na de dood van zijn schepper.

Begin jaren tachtig kreeg Ferrari concurrentie van de Porsche 959, een supercar met uitzonderlijke prestaties maar met een zeer bescheiden uiterlijk. De fabrikant bood van zijn kant de 288 GTO aan, een auto met hoge prestaties die strikt verkeersgeschikt was. Er werd besloten om een evolutie van dit model te ontwikkelen die even comfortabel zou zijn op circuit dans op de baan. De ingenieurs in Maranello haalden hun inspiratie uit de racetechnologie om een uitzonderlijke auto te ontwikkelen ter gelegenheid van de 40e verjaardag van het bedrijf. In 1987 was Enzo Ferrari trots om de F40 aan de internationale pers te presenteren op het circuit van Fiorano. Dankzij het gebruik van lichtgewicht materialen zoals Kevlar, koolstofvezel en plexiglas ruiten komt de auto nauwelijks boven een ton (1.080 kg) uit. Onder de enorme motorkap ligt een 2,9-liter V8-motor met dubbele turbo, 478 pk en 577 Nm. Met een acceleratie van 0 tot 100 km/u in 3,9 seconden en een topsnelheid van 324 km/u is de F40 een van de snelste auto's uit zijn tijd.

Slachtoffer van eigen succes

Oorspronkelijk zou de F40 in 400 eenheden worden gebouwd en gereserveerd voor de trouwe klanten van Ferrari. Destijds verkocht voor iets meer dan 200.000 euro (een aanzienlijk bedrag aan het eind van de jaren tachtig), maakte het de gemoederen zozeer los dat de bestelbonnen voor veel meer werden verkocht op de parallelle markt. Uiteindelijk gaf de fabrikant toe na het overlijden van de Commendatore in 1988 en verkocht meer auto's dan aanvankelijk gepland. Tussen 1988 en 1992 werden 1.315 exemplaren van de F40 geproduceerd. Ze waren bijna allemaal rood en werden gekenmerkt door hun gebrek aan rijhulpmiddelen: ze hadden geen ABS, geen stuurbekrachtiging en al zeker geen tractiecontrole. Enkel de optionele airconditioning werd sterk aanbevolen, gezien de hitte die de motor afgeeft!

Rijdende legende

Vandaag staat de waarde van de F40 op zijn hoogst na een "zwerfperiode". Een van de eerste (en meest gezochte) exemplaren, zonder katalysator en met vaste ophanging, vind je om en bij de miljoen euro. Een exemplaar bracht zelfs 1.600.000 euro op bij de veiling van Bonhams, gehouden tijdens de Zoute Grand Prix 2021! Vanaf 1991 is de Ferrari uitgerust met een katalysator en kan hij worden voorzien van een instelbare ophanging, waarvan de betrouwbaarheid een probleem kan vormen. De in Europa verkochte voertuigen hebben een rubberen tank die om de 10 jaar moet worden vervangen. Voor het overige is de F40 verrassend robuust en door zijn relatieve eenvoud niet veel duurder in onderhoud dan een 'gewone' Ferrari. Het koetswerk is zeer licht, maar moet met de grootste zorg worden behandeld omdat het zeer gevoelig is voor zelfs de lichtste schokken.

 

Over de auteur: