citroen_mehari_12.jpg

De Mehari werd gelanceerd op het hoogtepunt van het "Flower Power"-tijdperk en is een uiterst sympathieke en simplistische auto op basis van de 2CV, die zich even goed thuis voelt op het strand als op het platteland.

De Citroën 2CV, die aan het eind van de jaren 40 op de markt gelanceerd werd, maakte de auto toegankelijk voor veel mensen die niet over een groot budget beschikten. Het Franse autootje, een universeel voertuig dat uitblonk door zijn betrouwbaarheid, zijn vele praktische eigenschappen en zijn goede all-round capaciteiten, inspireerde al snel vele ambachtslieden en doe-het-zelvers die er een uitstekende basis in zagen om een polyvalente auto met een (nog meer) open carrosserie te ontwikkelen. Dit was met name het geval in de Ivoorkust, waar van de "Baby-Brousse" 30.000 exemplaren werden verkocht. In Frankrijk werkte de industrieel graaf Roland de la Poype samen met de ontwerper Jean-Louis Barrault en de technicus Jean Darpin aan het ontwerp van een voertuig op basis van de 2CV, dat aanvankelijk als bouwpakket zou worden verkocht. In 1967 werd een eerste prototype gebouwd: de carrosserie werd vervaardigd uit ABS, een zeer lichte en resistente kunststof die in de massa werd geverfd. Uitgerust met de motor van een 2CV bestelwagen, werd hij aan de verantwoordelijken van Citroën getoond en, tegen alle verwachtingen in, was de baas van het merk, Pierre Bercot, er bijzonder tevreden over. Hij besloot het in serie te produceren onder de naam "Mehari", een term die verwijst naar de dromedaris die door de Toearegs wordt gebruikt.

Mislukte lancering

De Mehari, die uiteindelijk gebruikt maakte van het Dyane-chassis en de 602 cc tweecilindermotor uit de Ami 6, werd zeer snel op punt gesteld. Het voertuig werd uiteindelijk gelanceerd op 11 mei 1968 in Deauville, een debuut dat bijna onopgemerkt bleef door de pers vanwege de gebeurtenissen die Frankrijk op dat moment op zijn grondvesten deden daveren. Gedurende het eerste jaar van zijn carrière werd de Mehari in kleine series geproduceerd door de Société d'Etudes et d'Applications du Plastique (SEAP), alvorens rechtstreeks door Citroën te worden geassembleerd. Afgezien van een facelift in 1970, een verbeterde motor (29 pk dankzij een carburateur met dubbele boring!) in 1979 en de lancering van een zeldzame 4X4-versie die oorspronkelijk voor het Franse leger was ontwikkeld, evolueerde de Mehari niet meer tot hij in 1987, na een productie van ongeveer 150.000 exemplaren, op de schroothoop werd gezet.

Goed voor alles.

De Mehari is verkrijgbaar in versies met 2 of 4 zitplaatsen en is een soort Zwitsers zakmes. Het is een vrijetijdsvoertuig, maar kan ook een perfect licht bedrijfsvoertuig zijn voor bepaalde specifieke behoeften. Zijn eenvoud heeft ervoor gezorgd dat het nooit echt is vervangen en dat de gebruikers het vele jaren hebben bewaard. De Mehari is nooit uit de mode geweest en staat zeker op gelijke voet met de Mini Moke en de Fiat 500 Jolly als de coolste strandwagens. Zeer gegeerd, is de prijs de laatste jaren geëxplodeerd tot 15.000 à 20.000 € (reken op nog eens 5.000 à 10.000 € voor een 4x4) voor volledig gerestaureerde modellen. De carrosserie, die sterk verouderd is door UV-stralen, wordt gereviseerd (net als alle andere onderdelen) door Mehari Club Cassis, een vooraanstaand Frans bedrijf op dit gebied. Het is nu zelfs mogelijk om met een elektrische Mehari te rijden dankzij een ombouwkit: is deze kleine Franse auto eeuwig?

 

Over de auteur: