alvis steering

Bron: BFOV

EA-0839

Na verschillende nabeschouwingen en discussies, heeft de Algemene Vergadering van de FIVA in oktober 2008 de beslissing genomen om de huidige definitie van een historisch voertuig te herzien. Deze nieuwe definitie die van toepassing zal zijn vanaf 01.01.2010, verhoogt de leeftijd van het voertuig van 25 naar 30 jaar oud.

Laten we duidelijk zijn dat deze beslissing geen enkele invloed of gevolgen heeft voor onze nationale wetgeving in België waar de leeftijd van een historisch voertuig behouden blijft op 25 jaar voor auto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en motorfietsen en 30 jaar voor bedrijfsvoertuigen en militaire voertuigen.

De noodzaak om de ouderdom van de voertuigen te herzien werd aangemoedigd door de intense politieke discussies betreffende de evolutie van het klimaat en de vervuiling van het milieu. Het risico bestond erin om enorme beperkingen in het gebruik te hebben tot zelfs een totaal verbod om de historische voertuigen te gebruiken en dit heeft de FIVA ertoe aangezet om onmiddellijk te reageren.

Het werd zeer snel duidelijk dat de huidige leeftijd van 25 jaar niet meer voldoende was om voldoende argumenten naar voor te brengen om uitzonderingen te claimen, aangaande de beperkingen in het gebruik in een continue veranderlijke milieusituatie en in samenhang met het steeds groeiend wagenpark en de economische energiecrisis.

Teneinde de geloofwaardigheid van de FIVA binnen de verschillende discussies te waarborgen en om de historische voertuigen te onderscheiden als zijnde een deel van het cultureel patrimonium in de wereld ten opzichte van de oude tweedehandsvoertuigen, zal de nieuwe definitie een bijkomend argument zijn om de belangen van onze historische voertuigen te verdedigen en dit met een minimum aan beperkingen.

EA-0328

DE NOODZAAK VAN EEN DEFINITIE VAN EEN HISTORISCH VOERTUIG

De verschillende organisaties die de belangen verdedigen van de oldtimerliefhebbers dienden hun positie ten aanzien van de politieke overheden te verduidelijken indien ze het hadden over een « historisch voertuig » in vergelijking met alle andere oude voertuigen. Indien deze organisaties geen duidelijk standpunt innemen ten opzichte van de wetgevende macht zullen deze wetgevers:

         1. Geen enkele reden meer hebben om naar de standpunten van deze organisaties te luisteren aangaande de historische voertuigen en hun gevoerde politiek:

         2. Hun eigen opinie naar voor brengen aangaande de historische voertuigen, die dan vooral georiënteerd wordt naar hun politieke wensen:

         3. Zullen ze hun eigen definitie opstellen aangaande de historische voertuigen gebaseerd op hun eigen opinie

Om deze redenen kan de FIVA, indien ze zelf geen aanvaardbare definitie van een historisch voertuig naar voor brengt die vandaag van toepassing is, de belangen van onze liefhebbers niet meer kunnen verdedigen.

GEHOOR BIJ DE FIVA

De geprivilegieerde gesprekspartners van de FIVA zijn vooral de politiekers die werkzaam zijn op Europees en internationaal niveau (de United Nations te Geneve). De definitie van een historisch voertuig van de FIVA moet om deze redenen ook aangepast zijn aan hun niveau.

CRITERIA VAN DE DEFINITIE VAN EEN HISTORISCH VOERTUIG

bugatti1

De definitie moet de gesprekspartners toelaten om het verschil te begrijpen tussen een historisch voertuig en eendere welk ander oud voertuig. Gezien het hoofddoel van de definitie erin bestaat om het behoud en het gebruik van de historische voertuigen te beschermen tegen nadelige wetten, moet ze ook aangepast worden aan de huidige en toekomstige bezorgdheden van onze politieke overheid. Daarom dient de definitie hetvolgende te voorzien:

1.Leeftijd:

De definitie moet voorzien zijn van een juiste leeftijdsgrens, want dit criterium is duidelijk bepaald. Zo niet zullen de politiekers hun eigen leeftijdsgrens opleggen zonder dat de FIVA een aanbeveling kan maken. Hierna volgen enkele beschouwingen die toegepast worden:

a) In Europa, de algemene regel die toegepast wordt is deze aangaande de douanewetgeving waar de leeftijdsgrens 30 jaar bedraagt, daar waar op gebied van belastingen en inschrijvingen de leeftijd varieert tussen de 25 en 35 jaar. In een enkel land, Groot-Brittannië werd de leeftijd begrensd op 1973 voor wat betreft de belastingen. De tendens gaat naar hogere leeftijdsgrenzen.

b) De ontwikkelingen aangaande de milieuwetgevingen vormen een steeds groter wordende bedreiging voor het gebruik van onze historische voertuigen. Een email die we in 2004 mochten ontvangen van de Europese Milieucommissie meldde:

« ....We hebben heel veel sympathie voor de historische voertuigen, maar de definitie van de FIVA (voertuigen van meer dan 25 jaar) bevatten ook enkele zwaar vervuilende voertuigen, waarvan een groot aantal in gebruik is in Italië. In termen van proportionaliteit, is het aanvaardbaarder om de meest vervuilende voertuigen te beperken dan om een totaal verbod van alle voertuigen in te voeren...»

c) Naar aanleiding van een vergadering met het departement van de Europese Milieucommissie in februari 2007, hebben deze vertegenwoordigers aan de FIVA gemeld dat de politieke houding ten opzichte van de historische voertuigen gelijkgesteld moet worden aan de Europese proportionaliteit, waar de genomen maatregelen proportioneel moeten zijn ten opzichte van de gestelde problemen, maar niet evenredig moeten zijn ten opzichte van de impact ervan. Ze hebben hun gedachtegang vervolgd door te melden dat het automatisch beperken van het historisch wagenpark beter is om alzo de onoverkomelijke expansie van potentiële vervuilende wagens tegen te gaan. Een voorbeeld dat tijdens deze vergadering aangehaald werd was de verhoging van de leeftijdsgrens van 25 naar 30 jaar - met als doel om het huidige wagenpark van historische voertuigen te behouden. De opinie van de Europese

Milieucommissie was namelijk dat indien het cijfer te hoog werd, ze meer en meer moeilijkheden zouden ondervinden om het proportionaliteitsprincipe toe te passen.

d) De FIVA heeft aangaande het veranderen van deze leeftijdsgrens discussies gevoerd sinds de laatste 5 jaar.

Er werd zelfs even gesuggereerd om een variabele leeftijdsgrens van tussen de 25 en 30 jaar te voorzien in de definitie, maar,

a) de wetgevende macht zal nooit een dergelijke variabele leeftijdsgrens opnemen in een wet, want het is niet praktisch en niet 100 % correct.

b) indien de FIVA in haar definitie de variabele leeftijdsgrens van tussen de 25 en 30 jaar zou opnemen, zal deze wetgevende macht de vraag stellen waarom we geen juiste leeftijdsgrens kunnen bepalen.

c) de twee voorgaande opmerkingen zou de wetgevende macht ertoe aanzetten om hun eigen leeftijdsgrens te bepalen - ze zouden zich kunnen laten inspireren door de aanbevelingen van de FIVA, waar ze meer dan waarschijnlijk de hoogste leeftijdsgrens zouden kiezen. En de geloofwaardigheid van de FIVA zou sterk aangetast worden, met als gevolg dat alle andere berichten van de FIVA zwakker zouden overkomen.

Als gevolg van wat voorafgaat, is de leeftijd van 25 jaar op Europees niveau niet meer houdbaar gezien vanuit het politieke oogpunt. Indien de FIVA de leeftijdsgrens van 30 jaar optrekt zal ze een betere kans maken om deze leeftijdsgrens te laten goedkeuren door de wetgevende macht. Indien deze wetgevende macht ziet dat de FIVA haar verantwoordelijkheid opneemt, zullen ze de ideeën en de rechten van de FIVA beter aanvaarden.

Een leeftijdsgrens van 30 jaar is volgens de FIVA niet echt onverenigbaar met de 25 jaar in de huidige nationale wetgevingen. Een dergelijke nationale wetgeving zal geen nadelige gevolgen kennen voor de classificatie van een historisch voertuig door de FIVA. Daarenboven is de FIVA een interne flexibele reglementering aan het uitwerken om deze voertuigen te erkennen als een « voertuig met een bepaalde interest », wat wil zeggen dat de FIVA deze voertuigen zal erkennen in een nabije toekomst.

2. Het gebruik:

De definitie moet laten uitschijnen dat er een beperkt gebruik is van de historische voertuigen.

a) De wetgevers aangaande milieuaspecten denken dat de oude voertuigen meer vervuilen dan de moderne voertuigen.

b) deze overtuiging wordt gesterkt door de automobielconstructeurs die meer en meer propere voertuigen promoten en vergelijkingen maken met oudere modellen van voertuigen.

c) De intense discussie aangaande de CO² uitstoot en de kleine stofpartikels die bepaalde milieunormen opleggen aan nieuwe voertuigen, brengt met zich mee dat de kloof tussen de nieuwe en oudere voertuigen steeds groter wordt.

Met als resultaat dat de wetgevers zouden kunnen beslissen om het gebruik van de historische voertuigen in te perken of te verbieden en dat dit proportioneel verantwoord zou zijn voor wat betreft de verbetering van de luchtkwaliteit.

Niettegenstaande heeft de internationale enquête van de FIVA kunnen aantonen dat de historische voertuigen niet meer dan 0.8% vertegenwoordigen van het totale wagenpark en slechts 0.07% van de totale afgelegde kilometers afleggen. Dit gegeven gaat regelrecht in tegen de uitdaging van de wetgevers en moet in de definitie klaar en duidelijk naar voor komen en dit om de volgende twee redenen:

a) om te bevestigen dat het gebruik van de historische voertuigen slechts een fractie betekent van het totaal van de afgelegde kilometers.

b) om te bevestigen in de definitie van een historisch voertuig dat deze niet dagdagelijks gebruikt wordt, want anders zou de onevenredigheid optreden als gevolg van hun leeftijd en waarschijnlijk minder goed onderhouden voertuigen.

Een eenvoudige manier om dit in een definitie te gieten is de vermelding dat deze voertuigen niet dagdagelijks gebruikt worden. Hiermede dient men geen bijkomende vermelding te maken van voertuigen die verzameld worden, gezien deze niet dagdagelijks gebruikt worden.

triumph2000

3.De staat:

De definitie moet duidelijk stellen dat een historisch voertuig moet bewaard en onderhouden worden in een degelijke staat met betrekking tot de technische aspecten, de uitrusting, de historische originaliteit, en de toenmalige verkeersaspecten. Het is evident dat een wrak in een hangar aanzien wordt als een « voertuig met een bepaald historisch belang» en niet als een voertuig dat op de openbare weg kan gebruikt worden, simpelweg omdat het niet rijklaar is. Maar het wrak is een potentieel historisch voertuig, indien de nieuwe eigenaar het gaat restaureren.

4.De originaliteit

Dit is een van de belangrijkste aspecten van de definitie. De term is heel duidelijk, de veranderingen aan voertuigen waarbij ze niet meer conform zijn aan de originele specificaties, zullen nadelige gevolgen kennen betreffende hun historisch statuut en datering.

De definitie moet melding maken dat het voertuig zich in een historisch correcte toestand bevindt.

 

5. Toepassingsgebied

De definitie moet zich beperken tot voertuigen die op de openbare weg gebruikt worden aan de hand van een mechanische aandrijving. Deze term is van toepassing op het ganse gamma van historische voertuigen die op de openbare weg gebruikt worden en die de FIVA vertegenwoordigd, dus geen treinen of boten.

6.Patrimonium

Het culturele aspect om de historische voertuigen rijdende te houden dient aanzien te worden als een « rijdend museum» wat één van de belangrijkste argumenten is om een speciale wettelijke behandeling te bekomen voor de historische voertuigen. Het verleden kennen helpt om de toekomst te verstaan, en dit betekent ook dat het niet voldoende is om alle voertuigen onder te brengen in een museum. Om het verleden te kennen, moet men rijden, luisteren, snuiven, en deze oude voertuigen ruiken wanneer ze zich voortbewegen in hun natuurlijke omgeving - de openbare weg.

De definitie moet zich dus focussen op het feit dat de voertuigen een groot deel zijn van ons patrimonium, want deze definitie is een gelegenheid om de gesprekspartners te overtuigen van onze standpunten

NIEUWE DEFINITIE VAN DE FIVA AANGAANDE EEN HISTORISCH VOERTUIG

Met het in acht nemen van alle voorgaande aspecten heeft de Algemene Vergadering van de FIVA beslist om de definitie als volgt te formuleren:

Een historisch voertuig is een voertuig met mechanische aandrijving van minstens 30 jaar oud, bewaard en onderhouden op een historisch correcte manier, dat niet bestemd is voor dagdagelijks gebruik en dat deel uitmaakt van ons technisch en cultureel patrimonium.

We herinneren er u aan dat dit geen gevolgen heeft voor de Belgische wetgeving!

De BFOV