Een icoon van de Franse auto-industrie!
Citroën wordt honderd jaar! Om dat te vieren, wijdt Autoworld zijn grote zomertentoonstelling aan het logo met de twee vinkjes. Meer dan honderd auto's vertellen samen het verhaal van dit wereldberoemde merk.
 
Een van de bekendste Citroëns is de 2CV, het populaire 'geitje'. Maar daarnaast zijn er ook de legendarische Traction Avant, DS, ID ... Oprichter André Citroën had ook tal van innovaties op zijn naam staan, zoals de befaamde pneumatische ophanging op de vier wielen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de revolutionaire lijnen, die in dat tijdperk erg gewaagd waren. Kortom: deze 'eeuweling' is misschien wel een van de meest mythische Franse automerken ooit.
 
Voor de tentoonstelling slaat Autoworld de handen in elkaar met Citroën Belux, de Belgische Citroën Clubs en het Conservatoire Citroën (dat ons voor de gelegenheid enkele prachtige racewagens leent). Ze neemt de bezoeker mee op een historische rondleiding langs de meest legendarische Citroëns en enkele spectaculaire wagens.

Van de Type A tot de C3 Pluriel, langs de stijlvolle Rosalie: op twee verdiepingen brengen we de evolutie van het merk door de jaren heen tot leven. De Traction krijgt een volledige eigen zone met niet minder dan zes verschillende modellen.
Iets oudere bezoekers herinneren zich zeker de grote ommekeer in de autowereld toen de tweecilindermotoren in wagens zoals de Dyane, Ami6 en Méhari op de markt verschenen ... Deze en nog veel meer modellen zijn te bewonderen tussen de unieke carrosserieën, LCV-bestelwagens en een Kegresse, een van de eerste halfrupsvoertuigen.
 
De race- en rallywagens worden vertegenwoordigd door onder meer de Xsara WRC en de C4 WRC van Sébastien Loeb (negenvoudig wereldkampioen WRC met Citroën), net als de AX Superproduction.
 
Van 27 juni tot 3 september zijn er in het Autoworld-museum nog veel meer modellen te ontdekken, boven op de opvallende bezienswaardigheden die er nu al te bewonderen vallen. Denk maar aan de Collector's Edition 'Origins', die speciaal zijn ontworpen voor het honderdjarige bestaan van het merk. Van zowel de C1 als de C3, de SUV C3 Aircross en de C4 Cactus is een versie van deze elegante collectie te zien.
 
Bij de tentoonstelling horen ook tiental vitrines en tafels met miniaturen. In de mediaroom van het museum worden filmpjes uit de oude doos afgespeeld en voor de kleinsten staat er ook animatie op het programma.

Het begin van het verhaal in een notendop…

DOUBLE CHEVRONS
André Gustave Citroen wordt geboren te Parijs op 5 februari 1878 uit Nederlandse en Poolse ouders. Op jeugdige leeftijd reist hij naar het vaderland van zijn moeder en doet daar de vondst die zijn leven zou veranderen: tandwielen met visgraatvertanding die op deze wijze grotere krachten kunnen overbrengen. Hij koopt de uitvinding en gaat deze na het aanvragen van een octrooi in de Franse hoofdstad uitbaten - samen met andere toepassingen van ijzer en staal.
 
VISIE

Wanneer er een manager bij de noodlijdende Mors-autofabriek wordt gezocht, wordt André Citroën (intussen met trema op de e) door zijn broer voorgedragen. André zal met zijn bijzondere visie op productie, kwaliteit, marketing en publiciteit het tij weten te keren. Het merk wordt later volledig door hem overgenomen en zal bestaan tot rond 1925, wanneer de fabriek aan de Rue du Théâtre in het 15de arrondissement van Parijs in gebruik wordt genomen door de ontwerpafdeling van Citroën.
 
Na zijn werk bij Mors wordt André Citroën onder de wapenen geroepen - de Grote Oorlog is uitgebroken. Het valt hem al snel op dat er een chronisch tekort aan granaten aan de Franse kant is. Citroën schrijft wat we nu zouden noemen “een bedrijfsplan” en gaat binnen zijn eigen kringen op zoek naar geld. Met dat alles weet hij de legertop te overtuigen en in 1915 wordt aan de rand van Parijs in de wijk Javel een complex met groentetuinen omgeploegd, waar niet veel later de granatenfabriek van Citroën zal verrijzen. Voor de productie wordt beroep gedaan op vrouwen - de mannen zijn immers naar het front gestuurd. Om de arbeidsomstandigheden aan te passen aan de sekse van de arbeiders, worden voor die tijd bijzondere zaken als crèches en kruidenierswinkels in de fabriek geïntegreerd. 

 
VOLKSAUTO

André Citroën denkt (en hoopt) dat de oorlog met al zijn ellende niet lang zal duren - en hij wil zijn opgedane ervaringen met massaproductie van de granaten nadien voor iets anders lucratiefs in gaan zetten. Die ervaring doet hem kiezen voor de autoindustrie. Niet voor de chique, dure modellen, maar voor een volksauto. Hij laat uit de Verenigde Staten een aantal wagens overkomen en zijn ingenieurs demonteren deze en kijken wat de voor- en nadelen van bepaalde constructies zijn. Met medewerking van auto-ontwerper Jules Salomon, die eerder de voertuigen van het merk Le Zèbre op de markt bracht, komt de eerste Citroën tot stand: de 10HP Type A. Het eerste prototype daarvan wordt eind 1917 aan de militaire top in de kazerne van Roanne getoond, maar het zal tot het daadwerkelijke einde van de Eerste Wereldoorlog duren totdat er stappen kunnen worden gezet naar de productie daarvan.
 
Wanneer op 11 november 1918 de vrede wordt getekend, gaat het snel. Ruim een week later wordt het prototype van de auto, die dan nog als merk André Citroën draagt, door de Service des Mines geschouwd en krijgt na enkele aanpassingen het stempel 'goedgekeurd'. Het zal dan echter nog een half jaar duren voor het eerste exemplaar aan de ongeduldige kopers kan worden overhandigd. Er ontstaat een grote vraag, aangewakkerd door de bijzondere reclames die het merk vanaf begin 1919 in Franse dag- en weekbladen laat verschijnen.
 
De eerste Citroëns type A waren, in tegenstelling tot wat later graag verteld wordt, slechts in een beperkt aantal kleuren beschikbaar. Zo was de open vierzitter er uitsluitend in het artillerie-grijs, naar verluidt vond een opgekochte partij legerverf op deze manier nog een mooie bestemming. Waar herkent u zo'n allervroegste Citroën aan, los van zijn lage radiateur en schuin aflopende motorkap? Wel - dat is simpel, want deze hadden in tegenstelling tot de exemplaren uit 1920 geen horizontale stang die de koplampen verbond. 
 
Omdat hij niet echt geïnteresseerd was in het besturen van zijn bedrijf, kwam dit in een benarde situatie terecht. Dat maakte het dure onderzoek voor de 'Traction' nog zwaarder. Toen eind 1934 het faillissement dreigde, liet André de controle van het bedrijf over aan Michelin. Hij overleed in 1935 en heeft het daverende succes van de 'Traction' 7-11-15 dus niet meegemaakt. Na de oorlog zorgden de beroemde 2CV, de bestelwagen Type H en de fascinerende DS ervoor dat Citroën uitgroeide tot een echte legende.

En in België…
In België wordt nog voor er ook maar één exemplaar van de provisorisch-lopende band is afgerold, een zaakwaarnemer aangesteld. Dat is Hector Evrard, gevestigd aan de Rue du Gouvernement Provisoire (of: de Voorlopig Bewindstraat) nummer 19 in Brussel - een deftig herenhuis, zeker geen garagegebouw. Hij wordt al snel benaderd door Marc Devergnies uit Binche, die wel brood ziet in de verkoop en reparatie van de nieuwe kleine Citroëns. Dit resulteert erin dat Monsieur Devergnies op 6 mei een bedrag overmaakt naar Hector Evrard, die dat op zijn beurt weer stort op de bankrekening van het hoofdkantoor in Parijs. Om even een sprongetje te maken: deze naam prijkt nog steeds op de gevel van de Citroëndealer in La Louvière en is wellicht zodoende de oudste nog bestaande ter wereld?!
In 1924, is België het eerste land waar een Citroën fabrieksfiliaal geopend werd. Dit was aanvankelijk gevestigd aan de Brusselse Rue de l'Amazone. Twee jaar later werd het uitgebreid met een fraaie toonzaal aan de Boulevard Adolphe-Max
In de jaren ‘30 opende het iconische gebouw aan het IJzerplein zijn deuren. Dit bleef de hoofdzetel van Citroën Belux tot in 2012.

PRAKTISCHE INFO

Autoworld Museum Brussels
Jubelpark 11, 1000 Brussel
Metro Merode

Openingsuren :
Elke dag open 7/7 van 10u tot 18u

Toegangsprijs voor het museum :
Volwassenen : 12 €
Senioren : 10 €
Studenten : 9 €
Kinderen 6-12 jaar : 5 €

Info bezoekers : 
www.autoworld.be of +32 2 736 41 65