Definitie van een historisch voertuig
Bron: BFOV

Na verschillende nabeschouwingen en
discussies, heeft de Algemene Vergadering van de FIVA in oktober
2008 de beslissing genomen om de huidige definitie van een
historisch voertuig te herzien. Deze nieuwe definitie die van
toepassing zal zijn vanaf 01.01.2010, verhoogt de leeftijd van het
voertuig van 25 naar 30 jaar oud.
Laten we duidelijk zijn dat deze
beslissing geen enkele invloed of gevolgen heeft voor onze
nationale wetgeving in België waar de leeftijd van een
historisch voertuig behouden blijft op 25 jaar voor auto's, auto's
voor dubbel gebruik, minibussen en motorfietsen en 30 jaar voor
bedrijfsvoertuigen en militaire voertuigen.
De noodzaak om de ouderdom van de
voertuigen te herzien werd aangemoedigd door de intense politieke
discussies betreffende de evolutie van het klimaat en de vervuiling
van het milieu. Het risico bestond erin om enorme beperkingen in
het gebruik te hebben tot zelfs een totaal verbod om de historische
voertuigen te gebruiken en dit heeft de FIVA ertoe aangezet om
onmiddellijk te reageren.
Het werd zeer snel duidelijk dat de
huidige leeftijd van 25 jaar niet meer voldoende was om voldoende
argumenten naar voor te brengen om uitzonderingen te claimen,
aangaande de beperkingen in het gebruik in een continue
veranderlijke milieusituatie en in samenhang met het steeds
groeiend wagenpark en de economische energiecrisis.
Teneinde de geloofwaardigheid van de
FIVA binnen de verschillende discussies te waarborgen en om de
historische voertuigen te onderscheiden als zijnde een deel van het
cultureel patrimonium in de wereld ten opzichte van de oude
tweedehandsvoertuigen, zal de nieuwe definitie een bijkomend
argument zijn om de belangen van onze historische voertuigen te
verdedigen en dit met een minimum aan beperkingen.

DE NOODZAAK VAN EEN DEFINITIE VAN EEN HISTORISCH
VOERTUIG
De verschillende organisaties die de belangen verdedigen van de
oldtimerliefhebbers dienden hun positie ten aanzien van de
politieke overheden te verduidelijken indien ze het hadden over een
« historisch voertuig » in vergelijking met alle andere
oude voertuigen. Indien deze organisaties geen duidelijk standpunt
innemen ten opzichte van de wetgevende macht zullen deze
wetgevers:
1. Geen enkele
reden meer hebben om naar de standpunten van deze organisaties te
luisteren aangaande de historische voertuigen en hun gevoerde
politiek:
2. Hun eigen
opinie naar voor brengen aangaande de historische voertuigen, die
dan vooral georiënteerd wordt naar hun politieke wensen:
3. Zullen ze
hun eigen definitie opstellen aangaande de historische voertuigen
gebaseerd op hun eigen opinie
Om deze redenen kan de FIVA, indien
ze zelf geen aanvaardbare definitie van een historisch voertuig
naar voor brengt die vandaag van toepassing is, de belangen van
onze liefhebbers niet meer kunnen verdedigen.
GEHOOR BIJ DE FIVA
De geprivilegieerde gesprekspartners van de FIVA zijn vooral de
politiekers die werkzaam zijn op Europees en internationaal niveau
(de United Nations te Geneve). De definitie van een historisch
voertuig van de FIVA moet om deze redenen ook aangepast zijn aan
hun niveau.
CRITERIA VAN DE DEFINITIE VAN EEN HISTORISCH
VOERTUIG

De definitie moet de
gesprekspartners toelaten om het verschil te begrijpen tussen een
historisch voertuig en eendere welk ander oud voertuig. Gezien het
hoofddoel van de definitie erin bestaat om het behoud en het
gebruik van de historische voertuigen te beschermen tegen nadelige
wetten, moet ze ook aangepast worden aan de huidige en toekomstige
bezorgdheden van onze politieke overheid. Daarom dient de definitie
hetvolgende te voorzien:
1.Leeftijd:
De definitie moet voorzien zijn van een juiste leeftijdsgrens,
want dit criterium is duidelijk bepaald. Zo niet zullen de
politiekers hun eigen leeftijdsgrens opleggen zonder dat de FIVA
een aanbeveling kan maken. Hierna volgen enkele beschouwingen die
toegepast worden:
a) In Europa, de algemene regel die
toegepast wordt is deze aangaande de douanewetgeving waar de
leeftijdsgrens 30 jaar bedraagt, daar waar op gebied van
belastingen en inschrijvingen de leeftijd varieert tussen de 25 en
35 jaar. In een enkel land, Groot-Brittannië werd de leeftijd
begrensd op 1973 voor wat betreft de belastingen. De tendens gaat
naar hogere leeftijdsgrenzen.
b) De ontwikkelingen aangaande de
milieuwetgevingen vormen een steeds groter wordende bedreiging voor
het gebruik van onze historische voertuigen. Een email die we in
2004 mochten ontvangen van de Europese Milieucommissie meldde:
« ....We hebben heel veel
sympathie voor de historische voertuigen, maar de definitie van de
FIVA (voertuigen van meer dan 25 jaar) bevatten ook enkele zwaar
vervuilende voertuigen, waarvan een groot aantal in gebruik is in
Italië. In termen van proportionaliteit, is het
aanvaardbaarder om de meest vervuilende voertuigen te beperken dan
om een totaal verbod van alle voertuigen in te
voeren...»
c) Naar aanleiding van een
vergadering met het departement van de Europese Milieucommissie in
februari 2007, hebben deze vertegenwoordigers aan de FIVA gemeld
dat de politieke houding ten opzichte van de historische voertuigen
gelijkgesteld moet worden aan de Europese proportionaliteit, waar
de genomen maatregelen proportioneel moeten zijn ten opzichte van
de gestelde problemen, maar niet evenredig moeten zijn ten opzichte
van de impact ervan. Ze hebben hun gedachtegang vervolgd door te
melden dat het automatisch beperken van het historisch wagenpark
beter is om alzo de onoverkomelijke expansie van potentiële
vervuilende wagens tegen te gaan. Een voorbeeld dat tijdens deze
vergadering aangehaald werd was de verhoging van de leeftijdsgrens
van 25 naar 30 jaar - met als doel om het huidige wagenpark van
historische voertuigen te behouden. De opinie van de Europese
Milieucommissie was namelijk dat
indien het cijfer te hoog werd, ze meer en meer moeilijkheden
zouden ondervinden om het proportionaliteitsprincipe toe te
passen.
d) De FIVA heeft aangaande het
veranderen van deze leeftijdsgrens discussies gevoerd sinds de
laatste 5 jaar.
Er werd zelfs even gesuggereerd om
een variabele leeftijdsgrens van tussen de 25 en 30 jaar te
voorzien in de definitie, maar,
a) de wetgevende macht zal nooit een
dergelijke variabele leeftijdsgrens opnemen in een wet, want het is
niet praktisch en niet 100 % correct.
b) indien de FIVA in haar definitie de variabele leeftijdsgrens
van tussen de 25 en 30 jaar zou opnemen, zal deze wetgevende macht
de vraag stellen waarom we geen juiste leeftijdsgrens kunnen
bepalen.
c) de twee voorgaande opmerkingen zou de wetgevende macht ertoe
aanzetten om hun eigen leeftijdsgrens te bepalen - ze zouden zich
kunnen laten inspireren door de aanbevelingen van de FIVA, waar ze
meer dan waarschijnlijk de hoogste leeftijdsgrens zouden kiezen. En
de geloofwaardigheid van de FIVA zou sterk aangetast worden, met
als gevolg dat alle andere berichten van de FIVA zwakker zouden
overkomen.
Als gevolg van wat voorafgaat, is de
leeftijd van 25 jaar op Europees niveau niet meer houdbaar gezien
vanuit het politieke oogpunt. Indien de FIVA de leeftijdsgrens van
30 jaar optrekt zal ze een betere kans maken om deze leeftijdsgrens
te laten goedkeuren door de wetgevende macht. Indien deze
wetgevende macht ziet dat de FIVA haar verantwoordelijkheid
opneemt, zullen ze de ideeën en de rechten van de FIVA beter
aanvaarden.
Een leeftijdsgrens van 30 jaar is
volgens de FIVA niet echt onverenigbaar met de 25 jaar in de
huidige nationale wetgevingen. Een dergelijke nationale wetgeving
zal geen nadelige gevolgen kennen voor de classificatie van een
historisch voertuig door de FIVA. Daarenboven is de FIVA een
interne flexibele reglementering aan het uitwerken om deze
voertuigen te erkennen als een « voertuig met een bepaalde
interest », wat wil zeggen dat de FIVA deze voertuigen zal
erkennen in een nabije toekomst.
2. Het gebruik:
De definitie moet laten uitschijnen dat er een beperkt gebruik
is van de historische voertuigen.
a) De wetgevers aangaande
milieuaspecten denken dat de oude voertuigen meer vervuilen dan de
moderne voertuigen.
b) deze overtuiging wordt gesterkt
door de automobielconstructeurs die meer en meer propere voertuigen
promoten en vergelijkingen maken met oudere modellen van
voertuigen.
c) De intense discussie aangaande de
CO² uitstoot en de kleine stofpartikels die bepaalde
milieunormen opleggen aan nieuwe voertuigen, brengt met zich mee
dat de kloof tussen de nieuwe en oudere voertuigen steeds groter
wordt.
Met als resultaat dat de wetgevers
zouden kunnen beslissen om het gebruik van de historische
voertuigen in te perken of te verbieden en dat dit proportioneel
verantwoord zou zijn voor wat betreft de verbetering van de
luchtkwaliteit.
Niettegenstaande heeft de
internationale enquête van de FIVA kunnen aantonen dat de
historische voertuigen niet meer dan 0.8% vertegenwoordigen van het
totale wagenpark en slechts 0.07% van de totale afgelegde
kilometers afleggen. Dit gegeven gaat regelrecht in tegen de
uitdaging van de wetgevers en moet in de definitie klaar en
duidelijk naar voor komen en dit om de volgende twee redenen:
a) om te bevestigen dat het gebruik
van de historische voertuigen slechts een fractie betekent van het
totaal van de afgelegde kilometers.
b) om te bevestigen in de definitie
van een historisch voertuig dat deze niet dagdagelijks gebruikt
wordt, want anders zou de onevenredigheid optreden als gevolg van
hun leeftijd en waarschijnlijk minder goed onderhouden
voertuigen.
Een eenvoudige manier om dit in een
definitie te gieten is de vermelding dat deze voertuigen niet
dagdagelijks gebruikt worden. Hiermede dient men geen bijkomende
vermelding te maken van voertuigen die verzameld worden, gezien
deze niet dagdagelijks gebruikt worden.

3.De staat:
De definitie moet duidelijk stellen dat een historisch voertuig
moet bewaard en onderhouden worden in een degelijke staat met
betrekking tot de technische aspecten, de uitrusting, de
historische originaliteit, en de toenmalige verkeersaspecten. Het
is evident dat een wrak in een hangar aanzien wordt als een «
voertuig met een bepaald historisch belang» en niet als een
voertuig dat op de openbare weg kan gebruikt worden, simpelweg
omdat het niet rijklaar is. Maar het wrak is een potentieel
historisch voertuig, indien de nieuwe eigenaar het gaat
restaureren.
4.De originaliteit
Dit is een van de belangrijkste aspecten van de definitie. De
term is heel duidelijk, de veranderingen aan voertuigen waarbij ze
niet meer conform zijn aan de originele specificaties, zullen
nadelige gevolgen kennen betreffende hun historisch statuut en
datering.
De definitie moet melding maken dat
het voertuig zich in een historisch correcte toestand bevindt.
5. Toepassingsgebied
De definitie moet zich beperken tot voertuigen die op de
openbare weg gebruikt worden aan de hand van een mechanische
aandrijving. Deze term is van toepassing op het ganse gamma van
historische voertuigen die op de openbare weg gebruikt worden en
die de FIVA vertegenwoordigd, dus geen treinen of boten.
6.Patrimonium
Het culturele aspect om de historische voertuigen rijdende te
houden dient aanzien te worden als een « rijdend
museum» wat één van de belangrijkste argumenten
is om een speciale wettelijke behandeling te bekomen voor de
historische voertuigen. Het verleden kennen helpt om de toekomst te
verstaan, en dit betekent ook dat het niet voldoende is om alle
voertuigen onder te brengen in een museum. Om het verleden te
kennen, moet men rijden, luisteren, snuiven, en deze oude
voertuigen ruiken wanneer ze zich voortbewegen in hun natuurlijke
omgeving - de openbare weg.
De definitie moet zich dus focussen
op het feit dat de voertuigen een groot deel zijn van ons
patrimonium, want deze definitie is een gelegenheid om de
gesprekspartners te overtuigen van onze standpunten
NIEUWE DEFINITIE VAN DE FIVA AANGAANDE EEN HISTORISCH
VOERTUIG
Met het in acht nemen van alle voorgaande aspecten heeft de
Algemene Vergadering van de FIVA beslist om de definitie als volgt
te formuleren:
Een historisch voertuig
is een voertuig met mechanische aandrijving van minstens 30 jaar
oud, bewaard en onderhouden op een historisch correcte manier, dat
niet bestemd is voor dagdagelijks gebruik en dat deel uitmaakt van
ons technisch en cultureel patrimonium.
We herinneren er u aan dat dit geen
gevolgen heeft voor de Belgische wetgeving!
De BFOV